![]() |
|||||||||||
189 004 |
|||||||||||
Info over de locomotief:
|
|||||||||||
De Deutsche Bahn bestelde in 1995 bij Siemens Krauss-Maffei 195 elektrische locomotieven van de serie BR 152. De order werd uiteindelijk beperkt tot 170 locomotieven. De nieuwe BR 152-locomotieven werden ingezet in het goederenvervoer. Uit dezelfde order had DB de optie om nog eens honderd locomotieven te bestellen. DB besloot om deze order te gebruiken voor de levering van een nieuw type meersysteemlocomotief. Deze serie locomotieven was niet de eerste serie meersysteemlocomotieven in Europa, maar de locomotieven waren wel veel geavanceerder dan voorgaande meersysteemlocomotieven. Hiermee werden de locomotieven een mijlpaal in Europese samenwerkingen, die in de jaren daarna steeds belangrijker werden. Siemens leverde in 2003 de eerste locomotief van het type ES64F4, bij DB de serie BR 189. Doordat met een meersysteemlocomotief aan de grens niet van locomotief gewisseld hoeft te worden, scheelt dit per grensovergang minstens een halfuur. Dit scheelt veel tijd en transportkosten. Met een locomotiefserie die in meerdere Europese landen kon rijden, werd duidelijk dat de spoorwegen van de verschillende landen totaal niet op elkaar waren afgestemd. Voor de machinisten had elk land bijvoorbeeld zijn eigen machinistenvergunning. Veel landen gebruiken verschillende bovenleidingsspanningen en vrijwel ieder land heeft zijn eigen beveiligingssystemen. In Nederland gebruikt men bijvoorbeeld een bovenleidingsspanning van 1.500 volt en de beveiligingssystemen ATB-EG en de dodemaninstallatie op het hoofdrailnet. Daarnaast maakt wetgeving het lastig om een Europese locomotief te bouwen. Zo moest in België bijvoorbeeld de voorkant van de trein geel zijn, in Italië rood en in Nederland mocht deze enkel geel of wit zijn. In de jaren die volgenden werden dankzij de Europese Unie veel regels gelijkgetrokken waardoor het internationale vervoer makkelijker is geworden. Zo is bijvoorbeeld de machinistenvergunning nu Europees geldig en hebben België, Italië en Nederland hun eisen over de kleur van de voorkant van de trein laten vallen. Daarnaast zijn er nog vele regels veranderd. Momenteel wordt hard gewerkt aan de invoer van één Europees beveiligingssysteem: ERTMS. Het lukte Siemens om de serie ES64F4 zo te ontwikkelen dat deze voldoet aan de wetgeving van de landen waar de spoorvervoerder de locomotief in wil zetten. De locomotief is bijvoorbeeld niet zwaarder dan 90 ton; hiermee werd de aslast geen probleem met toelating in de verschillende Europese landen. De ES64F4 heeft vier stroomafnemers en kan rijden onder een spanning van 1.500, 3.000, 15.000 en 25.000 volt. Afhankelijk van het bovenleidingssysteem waaronder de locomotief rijdt, heeft de locomotief een vermogen van 4.500 kW, 6.000 kW of 6.400 kW. De stroomafnemers hebben verschillende maten, afhankelijk van de landen waar deze ingezet moeten worden. Met LED-seinverlichting kan de ES64F4 de verschillende seinbeelden tonen die in de landen wettelijk verplicht zijn. Door de enorme verschillen tussen de landen was het niet mogelijk om dezelfde locomotief in grote delen van Europa te laten rijden. Daarom kunnen spoorvervoerders binnen de serie ES64F4 verschillende landenpakketten bestellen, zodat de locomotief in die landen kan rijden. Ondanks het feit dat niet één locomotief door een groot deel van Europa kan rijden, kan de serie als geheel wel als een serie voor vele Europese landen worden beschouwd. Siemens leverde tussen 2003 en 2005 de honderd ES64F4-locomotieven, met de nummers 189 001 tot en met 189 100, die DB had besteld. In november 2003 kwamen de 189 004 en 189 007 naar Nederland voor toelatingsritten van het locomotieftype. In januari van het volgende jaar vertrokken beide ES64F4-locomotieven weer uit Nederland. Om in Nederland toegelaten te worden kregen de locomotieven op de voorkant een groot wit vlak/ Nadat het locomotieftype toelating in Nederland had gekregen, reed de 189 989 in 2004 enkele testritten in Nederland. In 2006 en 2007 waren de 189 010 en 189 013 voor testritten in Nederland te zien. Naast de order van DB verkocht Siemens de nieuwe locomotieven ook aan andere bedrijven. Naast de honderd locomotieven van DB leverde Siemens tot en met 2010 nog eens 113 locomotieven. Siemens bouwde voor zijn eigen Siemens Dispolok een serie ES64F4-locomotieven. Deze locomotieven verhuurde Siemens aan spoorvervoerders. Later verkocht Siemens de locomotieven aan verhuurder MRCE. De ES64F4-locomotieven zijn ontworpen voor de goederendiensten; hiervoor werden de locomotieven ook hoofdzakelijk ingezet. Van de in totaal 223 geleverde locomotieven hebben er 130 in Nederland in commerciële dienst gereden bij veel verschillende vervoerders. UIC-nummer: 91 80 6189 004-5 |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||